Le Docteur Miracle

Een kleine opera in de tuin van Museum Van Loon – dit jaar strikt genomen een operette – is een traditie die bijna zo oud is als het Grachtenfestival zelf. Dit jaar koos regisseur/artistiek leider Jeroen Sarphati voor Le docteur Miracle, een operette waarvan de ontstaansgeschiedenis inmiddels legendarisch is. Het libretto verscheen in 1856 in de Parijse krant Le Figaro. Bijna tachtig componisten namen deel aan de compositiewedstrijd en zonden een partituur in. Er waren twee winnaars: Georges Bizet en Charles Lecocq.

De versie van Lecocq, in de originele taal, was vorig jaar te zien tijdens Operadagen Rotterdam. Voor het Grachtenfestival nam Jeroen Sarphati het origineel van Bizet en ging ermee aan de slag. Hij bewerkte en vertaalde het stuk naar nu. Dat er een aanzienlijke rol in de voorstelling is weggelegd voor de omelet, is een toeval dat Sarphati in de schoot geworpen kreeg. De verwijzingen naar de actuele ‘eiercrisis’ scoorden hoog bij het publiek.

De aankondiging dat de voorstelling geactualiseerd was én in het Nederlands maakte niet meteen enthousiast. De operette is van zichzelf al geestig en of een extra laag leuk de boel niet zou doen verdwalen ergens in een moeras tussen leuk, guitig en flauw, was de vraag. Maar het viel mee: de zangers waren professionals die allemaal het vermogen hebben humor, spel en zang te mengen tot een aangename podiumpresentatie.

Willem de Vries, mede verantwoordelijk voor de artistieke kwaliteit van deze productie, was een uitstekende burgemeester. De Vries weet hoe je een tekst brengt en hoe die met zijn spel kan worden ondersteund. Hij zong prima en zijn liefde voor de kip die later in de voorstelling de eieren voor de omelet moest leveren, was aandoenlijk.

Zijn vrouw was een mooie rol van Esther Kuiper. Ze beleefde tegen het einde van de voorstelling haar ‘finest moment’ door tussen alle drukte een stille solo te zingen over de moeizame relatie met haar man. Gezeten op een stoepje, in de regen die bezoekers en spelers toch even verraste, vond ze troost in de drank uit een fles Zwarte Kip. ‘Dove sono meets singing in the rain.’

Laetitia Gerards houdt van acteren en die liefde is wederzijds. Voor deze rol als het meisje dat verliefd is op Silvio en tegen alle verwachtingen in met haar geliefde kan trouwen, moet ze jong spelen maar volwassen zingen. Dat deed ze. Haar teksten waren ondanks de hoogte van haar partituur goed te verstaan en haar mimiek deed de rest.

Silvio werd gespeeld door Marcel Reijans, die in verschillende gedaantes het huis van de burgemeester moest zien binnen te komen. Reijans is een serieuze tenor die zijn vak goed kan relativeren en hier een hilarische demonstrant/personal assistant/wonderdokter speelde.

Het was licht en komisch, maar niet makkelijk voor de spelers. Hun teksten – lang en snel – hadden soms een Ivo de Wijs-achtige kwaliteit en de samenzang die op verschillende momenten in de partituur staat, vroeg om kunstig laveren. Die geinige vertalingen kwamen, net als de regie en de pianobegeleiding, van Jeroen Sarphati.